Gabriel Pombo da Silva (Duitsland): Een bijdrage voor de kameraden van Conspiracy of Cells of Fire/Informal Anarchist Federation

Beste broeders en zusters,

Aan Michalis en Christos (die uitbundig “mijn” cel binnenstormden en de ISOLATIE waarin ik de laatste 7 jaar heb geleefd vernietigden), hun broeders en zusters en alle andere kameraden die de eerste generatie van de revolutionaire organisatie CCF/IAF vormen.

Mijn ogen en mijn hart zijn altijd dichtbij jullie in Griekenland geweest. Ik herinner me de daad van Nikos Maziotis en zijn houding voor het gerecht. Dat heeft ons zo ontroerd dat een aantal kameraden uiteindelijk hebben besloten om een bom pakket naar de Griekse ambassade in Madrid te sturen.

Diezelfde kameraden van mij zijn in September 2003 gearresteerd en de klap kwam op het slechtste moment denkbaar. Het had niet erger gekund. Destijds was ik regelmatig met “verlof” van de gevangenis. Ongeacht al het gedoe rondom mijn gerechtelijke / gevangenis situatie had ik de destijds maximale toegestane 20 jaar al uitgezeten. En van die 20, 14 jaar in eenzame opsluiting en FIES (Ficheros Internos de Especial Seguimiento, Spaanse isolatie afdelingen). Ik hoef jullie niet te vertellen wat het voor mij betekent om zoveel goede kameraden te verliezen die, vermoeid van het decennia lang doorstaan van allerlei systematische martelingen, hebben besloten er zelf een eind aan te maken.

De arrestatie van mijn kameraden in Barcelona heeft me gechoqueerd. Ik had bij hen kunnen zijn!

De “dood” van Paco Ortiz, het aan de macht komen van de neo-franquistische volkspartij, al deze dingen gingen door mijn hoofd totdat ik besloot om mijn vlucht te realiseren.

Mijn vlucht begon met een voet voor de ander te zetten. De eerste stap was om wat ruimte achter mij te creëren. Nadat ik dat had gedaan stak ik de Pyreneeën over, bestemming onbekend.

Eenmaal onderweg kwam ik in contact met wat oude kameraden. Ik kreeg het voor elkaar om een perfect identiteitsbewijs aan te schaffen (waarmee ik zelfs in staat was om een bankrekening te openen, een woning te huren, etc.), en ik nam wat tijd om na te denken, nieuwe kameraden te ontmoeten en dingen te bespreken. Vanaf dat moment ging ik schuil onder de naam Michele Cataldi, Italiaans burger.

Ik had besloten om één van de in Barcelona gearresteerde compas uit de gevangenis te breken, en voor die opgave had ik betrouwbare en ervaren kameraden nodig.

Geluk was aan mijn zijde toen enkele compas van het Iberische schiereiland belden om me te vertellen dat ze iemand zouden sturen. Ik dacht dat het zeker om een “anarchistische” kameraad zou gaan, desalniettemin zag ik Josepi verschijnen (ook hij was ontsnapt tijdens een “verlof”), en hij wist absoluut niks over anarchie of theorie. Hoe dan ook, ik was bijna gelukkiger met een “crimineel” aan mijn zijde dan een “anarchist”. Aan het eind van de dag was het mijn streven en doel om een compa uit de gevangenis te breken en ik had iemand aan mijn zijde nodig die het instituut van de gevangenis met absolute intensiteit haatte, net zoals ik. Josepi met zijn (in totaal) 23 jaar gevangenis achter zich was een ideale kandidaat. Daarbij kwam dat (net zoals de mijne), zijn “specialiteit” het beroven van banken was, wat uiteraard onmisbaar is.

Toendertijd wist ik nog niet op welke kameraden van het Iberische schiereiland ik kon rekenen (of op hoeveel, sinds ik geloofde en er van uit ging dat een groot gedeelte van de Libertaire Jeugd ondergronds was gegaan). Ik heb het niet over kwesties met betrekking tot “solidariteitsfondsen” of “ideologische discussies”. Eerder bedoel ik kameraden die er klaar voor zijn om wapens op te pakken om geld te onteigenen, een helikopter te kapen, andere compas uit de gevangenis te breken, etc.

Mijn voorstel om onze compa te bevrijden had de steun van José, en later zijn er nog twee anarchisten toegetreden tot de onderneming.

We besloten dat geld het eerste was wat we nodig hadden (we hadden al twee pistolen), en om die reden hebben we een bank beroofd. Als ik het me goed herinner hebben we 40,000 of 50,000 euro onteigend, wat in het begin goed van pas kwam voor het verkrijgen van auto’s, elektronica, etc.

In de loop van enkele maanden (en voor zover het mogelijk was voor mij), was ik in staat een aantal bijeenkomsten bij te wonen met internationale kameraden. Die bijeenkomsten tussen kameraden, waar posities en benaderingen werden verduidelijkt door kritiek en analyse, verdienen al mijn respect, maar ze lieten me ook met een zeer ongemakkelijk gevoel achter.

Wellicht had ik de analyses van de “Italiaanse insurrectionalisten” slecht “verteerd”. Wellicht had ik er niet bij stilgestaan hoe belangrijk het is om te weten hoeveel kameraden daadwerkelijk voor revolutionaire anarchie waren. En wellicht was ons “avontuur” voor vrijheid en “glorie” vanaf het begin gedoemd om te “falen”.

In die tijd kwamen enige communiqués van de nieuw gevormde Informele Anarchistische Federatie in mijn handen. Voor iemand als ik, die uit het Anarchist Black Cross kwam (en daarvoor al federalist en anarchist was), opende de notie van “informele groepen” een wereld van mogelijkheden. In Noord-Europa waren insurrectionele ideeën praktisch onbekend.Op 28 Juni 2004 reisden drie anarchisten en mijn zus (die a-politiek is) in een BMW naar Duitsland. ‘S middags, toen we de stad Aachen binnenreden, kwam er een patrouille auto van de grens politie voor ons rijden en seinde ons om te volgen.

We volgden de patrouille auto (mijn zus zat achter het stuur) naar een tankstation.

Op het tankstation benaderde één van de agenten ons en vroeg naar onze paspoorten. José had een (heel goed) vervalst Spaans paspoort en heette Alfonso Domínguez Pombo. Hij had de neef van mijn zus kunnen zijn. Vervolgens overhandigde Bart zijn paspoort, sinds hij en mijn zus “schoon” waren.

Uiteraard waren José en ik gewapend en bereid om onze huid te redden tegen elke prijs. We wisten wat ons te wachten stond.

De agent ging ervandoor met al onze paspoorten en bleef 10 of 20 minuten weg. Vervolgens benaderden beide agenten, paspoorten in de hand, onze auto, terwijl een tweede politie auto plotseling direct achter ons parkeerde, ons klem zettende tussen twee patrouille auto’s.

De politie agenten “stelden voor”, op een “vriendelijke” manier, dat we uit de auto stapten. Onze papieren waren in orde, maar nu wilden ze ook de auto doorzoeken, omdat een auto met zoveel buitenlanders erin als “verdacht” beschouwd wordt in Duitsland.

We stapten uit de auto en de politie agenten begonnen onmiddellijk met het doorzoeken. José en ik droegen allebei onze wapens op ons lichaam. De zijne had hij in een kleine rugzak en ik had mijn wapen in een van die heuptasjes die toeristen vaak dragen.

Na meer dan een half uur zoeken benaderde een agent José en vroeg hem om zijn rugzak in de kofferbak van één van de patrouille auto’s te leggen. Omdat José hem niet begreep vroeg de agent het aan mij.

Er waren geen mogelijkheden meer tot “vriendelijke alternatieven”. De tijd was gekomen voor mij om tegen José te zeggen: “Jij grijpt deze en ik ga voor de andere”.

Ondanks de spanning was het zeker een opluchting om eindelijk een einde aan de komedie te maken. Pistool in de hand, het initiatief nemen, ik geloofde echt dat we zouden slagen. José’s agent ging er vandoor toen José zijn Ravachol-tijdperk pistool op hem richtte, en dat beeld van José, die een Duitse grens politie agent achterna rent en hem zegt dat hij zich “over moet geven” en zijn “handen in de lucht” moet doen, doet me zelfs tot op de dag van vandaag nog in lachen uitbarsten.

Jammer genoeg had José verkeerd geïnterpreteerd wat ik zei. Toen ik hem vertelde om de politie agent te “grijpen”, bedoelde ik precies dat: om hem vast te grijpen. Maar in ieder geval, “mijn” politie agent en de anderen renden er ook vandoor, dus was ik niet in de mogelijkheid om ze te grijpen. En wat me het meest verontrustte gedurende de hele situatie was mijn zus.

Hoe ging ik dit allemaal aan mijn moeder uitleggen ? Mijn zus bleef de hele periode heel kalm, en als ze had gewild (om haar eigen huid te redden), had ze de politie mijn naam kunnen geven en mij de schuld van alles kunnen geven. De politie had ons helaas al omsingeld, en het enige wat nog in ons opkwam was om twee “burgers” te “kidnappen” om ons af te kunnen schermen. De rest weten jullie al. . . .

Ik wachtte (tevergeefs) op onze kameraden van het Iberische schiereiland om ons te “wreken”, en ook dat ze directe actie als revolutionaire methodologie zouden verdedigen.

Bij een van de toevallen in het leven verscheen er een korte analyse geschreven door mijn oude kameraden in uitgave 2 van het tijdschrift Inferno, meer dan zeven jaar na onze arrestatie hier. Maar werd er in dat artikel uitgelegd waarom José en ik alleen waren gelaten, “verlaten” door de Iberische beweging ? Het is niet mijn intentie om te “argumenteren” of “rekeningen te vereffenen”. Ik wil enkel over onze ervaringen schrijven om ons opstandig en subversief geheugen vast te leggen en uit te breiden.

Dat wat jullie hebben bereikt is een deel van waar ik en anderen van hebben gedroomd. Meer dan enkel van gedroomd, eigenlijk. Jullie hebben gedurfd om politiek aftreden te trotseren. Zoals mijn kameraden treffend in hun tekst schreven, waren wij de “pioniers van het Iberische insurrectionalisme”. Het is niet zinvol om te vragen (desalniettemin is dat juist constant gebeurd sinds onze arrestatie) of het Iberische insurrectionalisme tot stand zou zijn gekomen als sommigen van ons elkaar hadden ontmoet en andere kleine dingen waren aangemoedigd.

Maar het is interessant om te vragen, sinds ons verleden beetje bij beetje bekend word, en sinds onze droom van een Informele Anarchistische Federatie / Internationaal Revolutionair Front geleidelijk aan het verspreiden is, of onze tegenhangers van het Iberische schiereiland nu zullen blijven steken in de anonieme massa’s of in plaats daarvan medeplichtigen worden van de revolutionaire inspanning.

Net zoals jullie heb ik altijd geloofd dat rebellie een permanent proces is dat niet stopt voor rechtbanken of cipiers. De zekerheid van onze overtuigingen en onze liefde voor vrijheid geeft ons moed. Wij zijn misschien “naïef” om te geloven dat we er toe in staat zijn om ons “lot” in onze eigen handen te nemen, maar altijd liever dat dan toetreden tot het koor van de nee-zeggers en klagers.

De rechtbanken waren en zijn plekken van macht waar anarchisten zich niet “verdedigen” met juridische argumenten, maar in plaats daarvan onze “verdediging” baseren op de ideeën en waarden die ons naar de aangeklaagden bank hebben geleid.

Gevangenissen zijn de ideale plekken om anarchistische ideeën en waarden te verspreiden. Het zijn de universiteiten waar we diploma’s kunnen halen in alle kunsten en ambachten van illegaliteit.

Gevangen kameraden, vluchtelingen, etc.: de verspreiding van onze ideeën, herinneringen en geschiedenis is het kompas dat onze voetstappen gidst.

Ik weet niet of deze tekst is wat jullie in gedachten hadden wat betreft bijdragen voor jullie tweede rechtszaak. Wellicht had ik iets meer op de theoretische aspecten in moeten gaan (waar we nog veel over te bediscussiëren hebben), maar ik ben er van overtuigd dat we nog meer mogelijkheden zullen hebben om daarover en over vele andere dingen te praten en te schrijven.

Wat belangrijk is, is dat we een directe relatie met elkaar, de gevangenen, zoeken (in die zin heb ik serieuze problemen met correspondentie), en dat we meer gelijkgestemden vinden onder ons met wie we ideeën, informatie, etc. kunnen uitwisselen.

We zullen niet ons hele leven in de gevangenis blijven. En zoals jullie terecht zeggen in een aantal van jullie teksten: “de macht van de cipiers eindigt buiten de muren”.

Wat mij en José betreft, we zijn in afwachting van onze deportatie naar Spanje. Daar (in Spanje), zouden we volgens hun wetten snel vrijgelaten moeten worden.

Voor mij is Duitsland een hoofdstuk in mijn leven dat het best vergeten kan worden. Nooit in mijn leven heb ik gevangenen zo schandelijk, meer geneigd tot verraad en slijmerij meegemaakt, dan die waarvan ik het ongenoegen heb gehad om hier te ontmoeten. Het ontbrak me niet aan verlangen of idealisme. Wat mij ontbrak was contact met mensen die een minimum aan waardigheid, opstandigheid en weerspannigheid hebben. Dat feit heeft me meer geïsoleerd (en natuurlijk pijn gedaan) dan de institutie zelf.

In de zeven jaar in dit land is het me niet gelukt (en/of wilde ik niet) om een of andere connectie of communicatie met “radicaal linkse” mensen te creëren. Ik heb mijn redeneren nooit willen “temperen” om “geaccepteerd” te worden door de “radicale gemeenschap”.

Redelijk vaak, wanneer ik de “linkse” (inclusief anarchistische) nieuwsbrieven, fanzines en tijdschriften lees die over ons (de “Aachen vier”) “berichten”, krijg ik de indruk dat mijn enige “verdienste” als een “anarchist” mijn geschiedenis van “gevangenis strijd” is, wat (bewust of onbewust) mijn intensief revolutionair werk en inspanning die ik in “vrijheid” heb verricht negeert.

Evenzo zijn mijn politieke geschriften en teksten danwel gecensureerd of met onverschilligheid ontvangen.

Maar nu schrijf ik over dat alles in mijn nieuwe boek, wat veel meer werk vereist dan ik verwacht had, vooral het politieke gedeelte.

Voordat ik begin te schrijven over mijn / ons recent verleden evenals haar consequenties (voor ieder van ons), is het essentieel voor mij dat mijn kameraden vrij zijn om me “signalen” te sturen. Wellicht zal de communicatie heropend worden door die “signalen”. En wellicht hebben we dan allemaal de mogelijkheid om een nieuw hoofdstuk te schrijven in de geschiedenis van het Iberische anarchisme. Nog een stroom die in de wijd open anarchistische zee vloeit, nu dat de grond vruchtbaar is en de wereld in stukken uit elkaar valt.

We hebben gedaan wat we kunnen, en we zullen blijven doen wat we kunnen. Laten we hopen dat elke nieuwe generatie van de Samenzwering van de Cellen van het Vuur/Iberische Anarchistische Federatie oneindig beter, meer dynamisch en meer effectief is dan wij zijn geweest. Ongeacht mijn totaal van 27 jaren in de gevangenissen van Spanje en Duitsland, evenals mijn onzekerheid over de dag van mijn vrijlating, ben ik er absoluut zeker van dat ik niks heb om me voor te verontschuldigen. Het enige wat ik betreur is dat ik niet wijzer en meer bedreven ben geweest op het moment van mijn kruising met de loop van de geschiedenis.

Met deze woorden die mijn isolatie breken, grenzen oversteken en belanden in de harten van al onze mensen in Griekenland en overal in de wereld, omhels ik onze broeders en zusters in de CCF/IAF.

Lang leve de Informele Anarchistische Federatie/Internationaal Revolutionair Front!

Lang leve de Revolutionaire Organisatie Samenzwering van de Cellen van het Vuur/Informele Anarchistische Federatie!

Lang leve anarchie!

—Gabriel, Aken, begin oktober 2011

Gabriel Pombo da Silva
c/o JVA Aachen
Krefelderstrasse 251
52070 Aachen
Deutschland / Duitsland

bronnen: thisisourjob, indymedia.nl, 325, abc-berlin
vertaald door olie op het vuur

Leave a Reply

Your email address will not be published.